Agro-ecologie als antwoord op klimaatverandering

Caritas International België Agro-ecologie als antwoord op klimaatverandering

© Isabel Corthier

© Isabel Corthier

09/05/2019

“Klimaatverandering heeft een directe invloed op de mensen in Niger. Door de droogte moeten ze verhuizen. Veeteelt, landbouw… alles is moeilijker geworden”, zegt Abdoul Moumouni Illo, directeur van Caritas Maradi (Niger). Met een nieuw project zet Caritas in op agro-ecologie. Waarom? Hoe? Waar? Antwoorden in dit artikel .

Een vierde van de inwoners van de Sahel leeft in voedselonzekerheid. Dit zijn meer dan 26 miljoen mensen. Veel boeren komen zelf niet rond met het voedsel dat ze produceren, laat staan dat ze genoeg over hebben om te verkopen en een degelijk inkomen te verwerven. Naast chronische voedselcrisissen en armoede, wordt de regio ook geteisterd door klimaatverandering. “We moeten ons aanpassen aan deze realiteit,” zegt Nicolas Lieutenant, verantwoordelijke voor Niger bij Caritas, “en onze partners ter plaatse zijn ervan overtuigd dat agro-ecologie de beste manier is om dit te doen.”

Gewassen beschermen met lokale, natuurlijke producten

Agro-ecologie gebruikt zoveel mogelijk uit de natuur zelf en zo weinig mogelijk van buitenaf. Dus geen kunstmest of pesticiden, maar natuurlijke alternatieven. “Gewassen bespuiten met chemische producten, is niet alleen duur, maar ook ongezond,” legt Nicolas uit. “Met een mengeling van pepers, tabak, zeep en neem[1] – allemaal producten die gemakkelijk ter plaatse te vinden zijn – kun je bijvoorbeeld een preventieve insectenbestrijder maken. De tabak en pepers prikken de insecten en jagen hen weg, de zeep zorgt voor een goede spreiding over de plant.”

“Het project focust op groententeelt,” zegt Nicolas. “Het vormt een goede aanvulling op de graangewassen, die regenafhankelijk zijn en dus tijdens het regenseizoen groeien. Groenten kun je ook op een ander moment telen, omdat je ze zelf water geeft, bijvoorbeeld via irrigatie, en dus niet afhankelijk bent van de regen. In het project planten we de groenten na de granen. Zo krijg je ook een betere diversificatie van de voeding. In groenten en fruit zitten immers meer vitaminen en mineralen dan in granen. En bovendien vermindert het de seizoenmigratie.”

Klimaatverandering in de Sahel

“Als het lukt om de opwarming van de aarde te beperkten tot een wereldwijd gemiddelde van 2°C, betekent dit dat het in de Sahel drie graden warmer wordt. Het gaat namelijk over een gemiddelde. Op sommige plaatsen bedraagt de opwarming minder, op andere –zoals de Sahel – meer,” zegt Nicolas. “Bij een opwarming van 3°C zal het water ook sneller verdampen, wat wil zeggen dat we dit water beter moeten beheren, bijvoorbeeld door bomen te planten en hun wortels het water te laten vasthouden, zodat het water in de grond beschikbaar blijft voor andere planten en gewassen. Zo creëer je een grotere weerbaarheid tegen droogte.”

“Het is ook belangrijk om verschillende gewassen aan te planten. Agro-ecologie betekent ook meer diversiteit op het veld. Bij monocultuur hangt alles af van één gewas. Wij spreiden het risico. Zo word je ook minder getroffen door de steeds risicovollere klimaatverandering”, zegt Nicolas.

Soorten verdwijnen

Bij industriële landbouw wordt monocultuur vaak aangemoedigd. Grote velden maïs, katoen of rijst gaan voorbij aan de lokale kennis en praktijken die gebaseerd zijn op de diversiteit aan gewassen. Bovendien worden we steeds afhankelijker van een klein aantal soorten om ons te voeden. Een rapport van de FAO[2] stelt vast de afnemende biodiversiteit een ernstige bedreiging vormt voor onze voedselvoorziening.

Diversificatie is dus essentieel voor duurzame landbouw. Of het nu gaat om het afwisselen van gewassen, de combinatie van landbouw en veeteelt of landbouw en bosbouw: deze praktijken baseren zich op de positieve effecten van biodiversiteit en de complementariteit van gewassen.

Ervaringen uitwisselen

Autonomie van de boeren is een belangrijk aspect van agro-ecologie. Zo zijn ze niet langer afhankelijk van hybride zaden[3]: “Door de genetische selectie van deze hybriden, kunnen hun nakomelingen niet meer opnieuw geplant worden. Dit verplicht de boeren om elk jaar nieuwe zaden aan te kopen, waardoor ze afhankelijk zijn van externe leveranciers en in de schulden kunnen geraken,” zegt Nicolas. “Aan de andere kant vraagt het ook techniek en zorg om zelf zaden te produceren. Agro-ecologie kost meer werk.”

Agro-ecologie heeft enorm veel voordelen, maar er is nog steeds een grote nood aan meer onderzoek, capaciteitsversterking en innovatie. Daarnaast zijn er ook simpele technieken die op de ene plaats gekend zijn, maar ergens anders niet. “Daarom is het heel belangrijk om regelmatig ervaringen en goede praktijken uit te wisselen met andere boeren,” besluit Nicolas. “Er bestaat al een netwerk rond agro-ecologie. Met dit project willen we hieraan deelnemen en het verder versterken.”

Voetnoot :

1

Neem is een snelgroeiende en meestal groenblijvende boom die wel 200 jaar oud kan worden.

2

FAO staat voor Food and Agriculture Organization. Het is de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Hun rapport over biodiversiteit lees je hier.

3

Hybride zaden ontstaan na het verder kweken van twee ouderplanten tot ze de gewenste eigenschap (bijvoorbeeld resistentie tegen bepaalde ziektes of een hogere opbrengst) doorgeven aan alle nakomelingen. De zaden die alle goede eigenschapen van de ouderplanten in zich hebben, worden verkocht als F1-hybridezaad. Ze kunnen echter maar één keer gebruikt worden. Slechts een klein percentage van de tweede generatie vertoont immers de gewenste eigenschappen.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten