Special needs: onderwijs voor kinderen met een beperking

Caritas International België Special needs: onderwijs voor kinderen met een beperking

© Isabel Corthier - Chloé krijgt een high five van de juf

© Isabel Corthier - Chloé krijgt een high five van de juf

08/07/2019

Een juist antwoord krijgt een high five van de leerkracht en applaus van de medeleerlingen, er worden heerlijke zandkoekjes gebakken en een theaterstuk over respect voor verschillen voorbereid… Dit is niet zomaar een school, maar een warme plek waar menselijkheid centraal staat en leerlingen niet gereduceerd worden tot hun beperking.

“Het hele team gelooft in de talenten van elk kind,” zegt Doha Makhoul El Hawa, coördinatrice van de school in Fghal (in het district Jbeil) een van de vier gespecialiseerde centra die Caritas Libanon in het land heeft opgezet. Haar school verwelkomt kinderen met een mentale beperking. Doha kent elke leerling bij naam en slaat regelmatig een praatje met leerlingen die ze kruist in de gang of in de klassen. “Ze zijn heel gehecht aan hun school.”

Vier scholen voor verschillende noden

“In alle centra zijn het de kinderen zelf die ons de kracht geven om verder te gaan,” zegt Lena Haddad, verantwoordelijke voor het programma special needs education. “Het zijn gespecialiseerde centra voor kinderen met bijzondere noden. We noemen ze zo omdat de kinderen voor ons niet anders zijn, maar andere capaciteiten hebben. Het zijn burgers zoals ons die rechten en plichten hebben.”

Het centrum in Fghal richt zich tot kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een mentale achterstand, maar daarnaast zijn er ook andere centra, bijvoorbeeld voor slechthorenden en kinderen met leerproblemen. Voor hen is het de bedoeling om na enkele jaren naar een zogenaamd normale school te gaan. Sommigen kunnen naar een technische school, er zijn ook kinderen die naar de universiteit gaan.

350 kinderen

De school in Fghal verwelkomt kinderen tussen de 4 en 30 jaar oud met een mentale beperking, zoals het syndroom van down of epilepsie. Een van hen is Selim. “De leider van zijn klas,” zoals Doha hem omschrijft. Ook zijn vader is geen onbekende op de school. Hij neemt op weg naar school nog andere kinderen mee in zijn auto. “Alle leerlingen komen uit de buurt,” zegt Doha. “Vroeger was er geen enkele school zoals deze in de hele regio.”

Er zijn grote verschillen in vaardigheden en leeftijd van de kinderen, maar ook in herkomst. “We verwelkomen Libanezen, Syriërs, christenen of moslims… Het maakt allemaal niet uit. Wat telt is dat dit kinderen zijn die het moeilijk hebben,” zegt Doha.

In de vier centra zijn er momenteel 350 kinderen, vaak uit families die het minder goed hebben. Er werken in totaal 100 mensen: therapeuten, gespecialiseerde leerkrachten, maar ook bijvoorbeeld kappers of pottenbakkers die de kinderen hun vaardigheden aanleren.

Ouders betrekken

“We werken ook veel met de ouders, om hen te helpen begrijpen hoe om te gaan met hun kind en vooral om hem of haar te accepteren,” gaat Lena verder. “Voor hen zijn het andere kinderen, voor ons niet. We proberen hen te leren hoe ze hun kind best kunnen omringen en aanmoedigen. Hoe ze van hun kind kunnen houden.”

“De ouders weten vaak niet wat doen. Caritas helpt hen. We kunnen toch niet zeggen dat we hen niet kunnen helpen omdat ze geen geld hebben?” Lena doet haar werk duidelijk met veel overtuiging. “Het is een missie. Het is ons leven,” beaamt ze. “Ook wie de school al verlaten heeft, komt nog regelmatig langs, zoals bij familie. Zelfs de ouders, zelfs jaren later. Niemand verlaat definitief het centrum, we blijven in contact. Voor de ouders is Caritas soms hun enige steun. Het is onze grote familie.”

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten