Getuigenissen van bewoners van het Mahamakamp

Caritas International België Getuigenissen van bewoners van het Mahamakamp

© Aloys Mundure/Caritas Rwanda - Thérèse Nduwamungi van Caritas Rwanda deelt Sosoma uit aan de meest kwetsbaren in het kamp

© Aloys Mundure/Caritas Rwanda - Thérèse Nduwamungi van Caritas Rwanda deelt Sosoma uit aan de meest kwetsbaren in het kamp

13/07/2018

Honorarta, Euphraise en Jean hebben iets gemeenschappelijk: het vluchtelingenkamp Mahama. Het groeide uit tot het grootste van Rwanda en vangt momenteel meer dan 57.600 Burundezen op. Caritas is de enige organisatie die zich elke dag bekommert om de meest kwetsbare vluchtelingen in het kamp. 3 gezichten achter deze humanitaire crisis getuigen.

Honorarta Mbaneshimana, 84 jaar

“Ik ben naar Mahama gekomen om te sterven, niet om er te leven.” Honorarta vluchtte een paar jaar geleden weg uit Burundi om te ontsnappen aan de terreur en het geweld. Ze liet alles achter en stak de grens naar Rwanda over, waar ze werd opgevangen in het Mahamakamp. Honorarta had enkel de kleren die ze aanhad. Ze liet haar huis en haar weinige bezittingen achter. Alles wat ze kende, moest ze achterlaten. Ook haar vertrouwen in de toekomst. Honorarta Mbaneshimana is nu 84 jaar. En ze heeft terug plezier in het leven. “Dankzij Caritas heb ik terug zin om te leven. Ik vind de woorden niet om mijn dank uit te drukken aan iedereen die helpt. Het is alsof ze ons nieuw bloed gegeven hebben.”

Jean Kabera, 50 jaar

“Zonder de hulp die ik kreeg, zou ik wellicht dood zijn. Ik verloor mijn vrouw en mijn kinderen in het conflict in 2015. Zij werden vermoord. Ik had een tweeling en een drieling. Ik ben alleen nu. Ik heb verwondingen van toen ik soldaat was in Rwanda. Ik werd in mijn maag geschoten in 1993 en die is sindsdien nooit meer goed gekomen. Ik ben afkomstig van Burundi. Toen het geweld startte in 2015 werd ik valselijk beschuldigd van mensensmokkel. Ik heb een gevangenisbewaker smeergeld moeten betalen om te ontsnappen. Ik heb spijsverteringsproblemen en verteer alleen zoete patatten, wortels en het Sosomameel dat we van Caritas krijgen.”

Euphraise Mukubineri, 80 jaar

“Sinds mijn aankomst krijg ik maïs maar dat was te moeilijk om te eten. Het Somosa voedsel kan ik wel binnenkrijgen. Het wordt erg gewaardeerd door de ouderen in het kamp. We kunnen geen melk krijgen maar Somosa meel is voedzaam. God weet of ik terugga naar Burundi. Het geweld heeft mijn hele gemeenschap aangetast. De mensen van Caritas zijn als Noah voor mij, zij redden ons van de ondergang.”

Steun aan 5.100 mensen

Samen met 33 Burundese vrijwilligers en onze collega’s van Caritas Rwanda moeten we 5.100 mensen zo snel mogelijk helpen. Het gaat om gehandicapten, ouderen, chronisch zieken, alleenstaande vrouwen, moeders die borstvoeding geven en mensen met HIV. Een groep die van andere organisaties weinig of geen aandacht krijgt. Wij focussen ons totaal op die groep.

In het kamp hebben de meest kwetsbaren honger. De voorraden verminderen en de bewoners dreigen aan hun lot overgelaten te worden. Maar niet door Caritas. En niet door u. De zieken krijgen voorrang bij het ontvangen van voeding. 25 pilootprojecten werden opgezet om de meest kwetsbaren te helpen met het kweken van hun eigen groenten. Honderden krijgen sociale bijstand, medische zorgen en begeleiding om zich in het kamp te integreren. Een mens leeft niet enkel van voeding, dat begrijpt u wel. En toch, momenteel is dit hetgeen waar de mensen in Mahama het meeste nood aan hebben. U hebt al veel levens gered met Caritas. Gaat u daar alstublieft mee verder. Vandaag in Mahamakamp.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten