“De ontmoeting is vaak een sleutelmoment voor de inclusie van vluchtelingen” [Long Read]

Caritas International België “De ontmoeting is vaak een sleutelmoment voor de inclusie van vluchtelingen” [Long Read]

© Isabel Corthier – Bezoek aan een Syrische familie die door Caritas wordt begeleid.

© Isabel Corthier – Bezoek aan een Syrische familie die door Caritas wordt begeleid.

28/06/2019

Met welke moeilijkheden worden vluchtelingen geconfronteerd? Wat voor soort samenleving willen we zijn voor hen? Onze collega Ariane Dewandre, coördinator van een project ter ondersteuning van kwetsbare vluchtelingen en docente “Socio-educatief werk, migratie en ontwikkeling” in Louvain-la-Neuve, deelt met ons haar visie op de inclusie van vluchtelingen in de Belgische samenleving. Een interview.

Hoe zou je je ervaring met de inclusie van vluchtelingen in de samenleving beschrijven?

Ariane Dewandre: In de meeste gevallen staan vluchtelingen[1] voor een parcours vol obstakels voordat ze hun plaats in de samenleving volledig vinden. Maar ondanks deze obstakels zien wij vaak de enorme veerkracht van deze mensen, hun wil en vermogen om vooruit te komen, obstakels te overwinnen en zichzelf weer op te bouwen. Inclusie verloopt vaak vlotter wanneer er een regelmatig contact is met een Belgische burger – of het nu gaat om een maatschappelijk werker, een huiseigenaar, een arbeidsconsulent of gewoon een toevallige kennis. Het is door de ontmoeting dat een vluchteling voelt dat hij of zij bestaat, zich erkend voelt als mens. Vaak is die ontmoeting een trigger voor de inclusie van een vluchteling.

Ik herinner me een vluchteling die de hoop had verloren omdat hij geen woning kon vinden. Op een dag stemde een eigenaar ermee in om zijn eigendom aan hem te verhuren en de rest volgde. Hij vond werk en de andere obstakels die hem onoverkomelijk leken, losten zich geleidelijk aan op. Dankzij de kans die hij kreeg van die huisbaas, herwon hij het vertrouwen in zichzelf, in anderen, zijn gastland en zijn toekomst. Het zijn die kleine ontmoetingen en duwtjes in de rug die voor een vluchteling het verschil maken.

©Karen Nachtergaele – Ontmoetingsevenement georganiseerd door Caritas in Brussel.

Wat zijn de belangrijkste moeilijkheden waarmee vluchtelingen na erkenning in België worden geconfronteerd?

De grootste uitdagingen voor pas erkende vluchtelingen zijn de toegang tot huisvesting, de taalverwerving en de zoektocht naar werk.

Wat huisvesting betreft, constateren we over het algemeen een systematische weigering om aan vluchtelingen te verhuren – voornamelijk omdat de meesten van hen in het begin van hun verblijf bijstand van het OCMW ontvangen. Het is vaak zo dat vluchtelingen enkel toegang hebben tot woningen die in gemeentes of wijken liggen die al kampen met sociaaleconomische problemen. Dat zijn ook vaak de regio’s waar de werklast van de OCMW’s al hoog is, wat op termijn de ongelijkheid tussen de gemeenten in stand houdt of vergroot.

Een van onze begunstigden, een dokter uit Togo, was erin geslaagd om onderdak te vinden in Ukkel, niet ver van een ziekenhuis dat gespecialiseerd was in zijn studiedomein. Het OCMW liet hem toe zich te specialiseren in de geneeskunde met behoud van zijn uitkering. Een ander OCMW zou dit nooit hebben toegestaan.

We realiseren ons niet hoe fundamenteel de huisvestingsproblematiek is. Het bepaalt echt al het andere. De uitvoering van een huisvestingsbeleid is daarom essentieel om ongelijkheden te verminderen.

©Isabel Corthier – Tijdens een Housing-café, dat wordt georganiseerd om vluchtelingen aan een woning te helpen.

Een tweede moeilijkheid is het leren van de taal – of zelfs beide talen. Omdat het totale aanbod aan cursussen Frans versnipperd is, is het moeilijk om een plaats te vinden in een cursus die overeenkomt met je niveau én die tegelijkertijd snel kan beginnen zonder eerst contact te moeten opnemen met duizend en één verschillende organisaties. Dit is niet het geval voor de cursussen Nederlands, die gecentraliseerd zijn in het Huis van het Nederlands. Oefening in de praktijk is van fundamenteel belang, en daar knelt vaak het schoentje. Veel vluchtelingen bereiken het laatste niveau van hun taalcursus, maar hebben – door gebrek aan ervaring – niet het vereiste niveau om een baan te vinden. Als ze echter besluiten een activiteit te ondernemen om de taal te oefenen – bijvoorbeeld vrijwilligerswerk – lopen ze het risico hun OCMW-uitkering te verliezen omdat ze geacht worden werk te zoeken.

Een derde moeilijkheid is de zoektocht naar een job. Dit is niet alleen gecompliceerd door het leren van talen, maar ook door administratieve belemmeringen, zoals de erkenning van diploma’s. Om u een concreet voorbeeld te geven: een Syrische kinderpsychiater had in zijn land geneeskunde gestudeerd, en had zich zelfs gespecialiseerd in België voordat hij naar huis terugkeerde. Na de oorlog keerde hij terug naar België om asiel aan te vragen. Zijn diploma werd geweigerd omdat zijn hoofddiploma in Syrië was uitgereikt, ook al had hij een specialisatie van een Belgische universiteit. De moeilijke toegang tot werk is ook het gevolg van een breder klimaat van discriminatie en uitsluiting, zoals blijkt uit meerdere wetenschappelijke studies en de jaarverslagen van Unia.[2]

De verschillende voorwaarden die nodig zijn voor de integratie en autonomie van vluchtelingen vormen puzzelstukjes: of het nu gaat om huisvesting, gezinshereniging, medische bijstand, onderwijs, kinderopvang, enz. Ze zijn met elkaar verbonden. Mensen die geen werk hebben, zullen bijvoorbeeld grote moeite hebben om een woning te vinden. Hun enige alternatief voor het betalen van huur is het ontvangen van hulp van het OCMW. Om in aanmerking te komen voor een uitkering van het OCMW moet je echter wel een verblijfplaats hebben. Deze mensen zitten dus opgesloten in een vicieuze cirkel.

Puzzel die de verschillende voorwaarden voorstelt voor de integratie en autonomie van vluchtelingen.

Welke impact hebben deze moeilijkheden op vluchtelingen?

De verschillende puzzelstukken beïnvloeden het welzijn van vluchtelingen. Velen onder hen rouwen om het verlies van hun vorige leven, hun omgeving, hun werk en hun sociale rol. Sommigen zijn gedesillusioneerd of vervallen in een depressie na jaren van pogingen om een plaats in de maatschappij te vinden. Veel mensen geven het op, ondanks hun potentieel, omdat ze denken dat men niet wil dat ze deelnemen aan de ontwikkeling van de samenleving.

Wij hebben bijvoorbeeld een koppel gediplomeerde artsen uit Afghanistan begeleid die in België nooit een hogere functie hebben kunnen vervullen dan die van verpleegkundigen, nadat ze beiden een cursus hadden gevolgd die bedoeld was voor leerlingen die de middelbare school net verlaten hebben. We moeten ons bewust zijn van het beeld dat de samenleving van zichzelf creëert, namelijk dat van een samenleving die de inclusie van de ander niet vergemakkelijkt.

©Isabel Corthier – Bezoek aan een Syrische familie die door Caritas wordt begeleid.

Wat doet Caritas om te zorgen dat de stukjes van deze puzzel goed liggen?

In onze dienst werken we met erkende vluchtelingen met een zogenaamd kwetsbaar profiel. We hebben zes maanden de tijd om de voorwaarden te scheppen om deze mensen zelfstandig te laten leven. In deze periode leggen we een solide basis om niet in deze vicieuze cirkel terecht te komen. Het probleem is dat de verschillende Belgische diensten sterk versnipperd, ontoegankelijk en weinig flexibel zijn. Diensten wijzen snel naar elkaar door in plaats van mensen direct de juiste informatie te geven. Onze rol is om vluchtelingen op het terrein te begeleiden en het contact met de publieke dienstverlening te vergemakkelijken, opdat deze diensten ook rekening houden met deze doelgroep. We werken ook aan het herstel van het vertrouwen en de waardigheid van deze mensen. Hoe? Door samen te werken met culturele bemiddelaars en buddies samen te stellen om ontmoeting en uitwisseling te bevorderen.

Welke globale oplossingen kunnen worden uitgewerkt om de inclusie van vluchtelingen te vergemakkelijken?

Hun menselijke waardigheid en fundamentele rechten moeten te allen tijde gerespecteerd worden, zowel tijdens hun migratietraject als bij aankomst. Hoe? Door meer legale en veilige toegangswegen te creëren en ervoor te zorgen dat migranten op een humane, waardige en kwalitatieve manier worden verwelkomd. Dit omvat het uitstippelen en uitvoeren van beleid ter bestrijding van discriminatie – met name op de huisvestings- en arbeidsmarkt – en het vereenvoudigen van procedures die de toegang tot bepaalde diensten voor nieuwkomers belemmeren (taalcursussen, gelijkwaardigheid van diploma’s, toegang tot een bankrekening, enz.).

Ik vind ook dat de rol van de maatschappij te vaak wordt vergeten. We moeten allemaal op ons eigen niveau vluchtelingen de kans geven hun plaats in de samenleving te vinden. Wij denken nog steeds dat het de rol van de staat of die van de vluchteling is, maar dat is niet waar. Als individu kunnen we sommige dingen deblokkeren. We moeten dagelijks een klimaat van wederzijds respect, vertrouwen en inclusie creëren. We moeten bruggen bouwen, geen muren. We kunnen dit doen door vluchtelingen te helpen bij het vinden van een woning of werk, door deuren voor hen te openen, door kansen te creëren voor sociale diversiteit, door ontmoetingen uit te lokken en door het fenomeen “Niet in mijn achtertuin” en de angst voor de Ander te bestrijden.

Op welke manier creëert de samenleving een gunstige context voor vluchtelingen om bij te dragen aan de maatschappij? Dat is de vraag. Want terwijl een vluchteling bijdraagt aan de maatschappij volgens zijn of haar mogelijkheden, ervaringen en veerkracht, zal het vertrouwen van de samenleving in hem of haar, maar ook in anderen in de toekomst, worden hersteld.

©Karen Nachtergaele – Getuigenis van een persoon die door Caritas wordt begeleid tijdens een ontmoetingsmoment georganiseerd door Caritas.


Dit artikel kwam tot stand in het kader van de campagne #whatishome waarin we op zoek gaan naar de link tussen migratie en ontwikkeling. #whatishome is een driejarige sociale mediacampagne gefinancierd door de Europese Unie voor sensibilisering en ontwikkelingseducatie (DEAR) in het kader van het project MIND. 11 landen en 12 Caritasorganisaties doen mee aan deze campagne. Meer info hier. De inhoud van deze campagne valt onder de verantwoordelijkheid van Caritas International en weerspiegelt niet noodzakelijk de officiële standpunten van de Europese Unie.

Drapeau de l'Union Européenne

Voetnoot :

[1]

We gebruiken de term vluchtelingen voor alle begunstigden van internationale bescherming, d.w.z. mensen met een vluchtelingenstatus en mensen met een subsidiaire beschermingsstatus.

[2]

Voor meer informatie, zie ons rapport “Ons gemeenschappelijk huis: migratie en ontwikkeling in België” (p.40 e.v.).

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten