Zes dingen die je nog niet wist over Ebola

Caritas International België Zes dingen die je nog niet wist over Ebola

© © Tommy Trenchard/ Caritas Internationalis

© © Tommy Trenchard/ Caritas Internationalis

30/09/2019

De beelden van mensen in beschermende pakken, handschoenen, maskers en laarzen zitten sinds de ebola-uitbraak in West-Afrika in ons collectieve geheugen gegrift. Maar wat weet je eigenlijk over deze ziekte? En over de huidige uitbraak in de Democratische Republiek Congo? Met dit lijstje ben je meteen weer mee[1].

1. Ebola is een virus

Ebola is een dodelijk virus dat door dieren zoals vleermuizen, stekelvarkens of apen overgedragen wordt op mensen en zich daarna ook van mens op mens kan verspreiden. Het meest kenmerkende van de ziekte is dat het virus ontstekingen van kleine bloedvaatjes kan geven. Het gevolg daarvan is dat patiënten op verschillende plaatsen in het lichaam bloedingen kunnen krijgen. Op dat moment is de patiënt het meest besmettelijk. De ziekte is zeldzaam, maar zeer ernstig. Eenmaal besmet met het ebolavirus is er een grote kans op overlijden: in Afrika overleeft vooralsnog meer dan de helft van de ebola-patiënten de ziekte niet.

2. Ebola kan worden overgedragen via lichaamsvocht

Het ebolavirus is overdraagbaar via direct contact met (elk soort) lichaamsvocht, zoals bloed, speeksel of ontlasting. Belangrijk is om direct lichaamscontact te vermijden, om zo verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Snelle isolatie van iedere ebola-patiënt is daarom noodzakelijk én essentieel. Zo lang het Ebolavirus in het bloed aanwezig is, blijven mensen besmettelijk, zelfs als ze al zijn overleden. Traditionele begrafenisrituelen moeten dan ook soms worden aangepast, zodat mensen afscheid kunnen nemen van hun geliefden zonder zelf besmet te geraken.

3. De eerste symptomen van Ebola lijken op andere ziektes

Na besmetting met het ebolavirus treden de eerste symptomen binnen 2 tot 21 dagen op. Dit zijn o.a. koorts, hoofdpijn, hoesten, maagpijn, overgeven en diarree. Omdat dit ook de symptomen zijn van andere ziekten (vb. malaria, tyfus of hersenvliesontsteking) is het soms moeilijk om ebola snel te herkennen.

© Tommy Trenchard/ Caritas Internationalis

4. Ebola is voor het eerst ontdekt in Congo

In 1976 vonden twee gelijktijdige uitbraken van Ebola plaats. Eén in Soedan en één in Congo. De eerste onderzoeker die in 1976 in aanraking kwam met ebola, is Jean-Jacques Muyembe-Tamfum. Deze Congolese arts nam een bloedstaal van een Vlaamse zuster die in Congo woonde en besmet was geraakt met de toen nog onbekende ziekte. Hij verstuurde de staal in een blauwe thermos vol ijs naar het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde, waar de Belgische onderzoekers Peter Piot en Guido van der Groen het virus voor het eerst konden bestuderen en beschrijven. Ze vernoemden het virus naar de Ebola, de rivier die langs het dorp stroomt waar de epidemie uitbrak.

5. De ergste uitbraak van Ebola was in 2014 – 2016. De tweede ergste vindt nu plaats.

De uitbraak in West-Afrika tussen 2014 en 2016 zorgde voor 28.616 besmettingen en 11.310 doden. Er vielen veel meer slachtoffers dan in alle voorgaande uitbraken samen. De epidemie begon in Guinee en verspreidde zich dan over de landsgrenzen naar Sierra Leone en Liberia. De huidige uitbraak in Congo is de op één na dodelijkste, en de tiende in het land. Op 10 september werden in totaal 3.091 besmettingen en 2.074 doden vastgesteld[2]. De onstabiele veiligheidssituatie in de getroffen regio maakt het moeilijk om het virus onder controle te houden.

6. Betrokkenheid van de gemeenschap is cruciaal

Rekening houden met de socioculturele dimensie van een epidemie is van groot belang in de respons. Een “one size fits all” benadering werkt niet, elke gemeenschap is immers uniek en vraagt een benadering op maat. In Oost-Congo bijvoorbeeld lijken de gewapende groeperingen voor veel mensen een meer directe bedreiging dan ebola. Bovendien kunnen preventiepraktijken botsen met de gewoontes in bepaalde gemeenschappen, denk maar aan lokale leiders die ver van hun gemeenschap worden begraven. In beide gevallen is het van groot belang om uit te leggen wat het gevaar van ebola is, hoe het wordt overgebracht en hoe besmetting kan worden voorkomen. De geloofsgemeenschappen staan vaak dicht bij de mensen en hebben hier dan ook een belangrijke rol in te spelen. Zij engageerden zich[3] om de overheid bij te staan in de ebola respons en priesters, predikanten en imams te sensibiliseren om religieuze gebruiken te vermijden die het risico op besmetting met ebola vergroten.

Voetnoot :

1

Dit artikel is gebaseerd op een artikel van Cordaid, de Nederlandse Caritas.

2

Wereldgezondheidsorganisatie: Ebola virus disease – Democratic Republic of the Congo, geraadpleegd op 18/09.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten