Onrust in Centraal-Afrikaanse Republiek blijft voortduren

Caritas International België Onrust in Centraal-Afrikaanse Republiek blijft voortduren

© Jiri Pasz/Caritas

© Jiri Pasz/Caritas

13/06/2019

Een aanval van een gewapende groep kostte eind mei nog het leven aan meer dan 25 mensen in het noordwesten van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), ondanks een vredesakkoord dat eerder dit jaar werd afgesloten. “Weinig mensen hebben er nog vertrouwen in, aangezien het al de achtste keer is dat dergelijk akkoord ondertekend wordt en er tot nu toe weinig is veranderd op het terrein.”, zegt Pater Luk Delft, directeur van Caritas CAR. De grootste slachtoffers van dit complexe en vaak vergeten conflict, zijn de burgers. Caritas blijft hen bijstaan met humanitaire hulp.

De Centraal-Afrikaanse Republiek, een van de armste landen ter wereld, wordt verscheurd door geweld sinds 2013, toen de islamitische Seleka rebellen een opstand begonnen en grotendeels christelijke milities reageerden met vergeldingsacties. De milities van deze twee religieuze groeperingen controleren samen ongeveer 80 procent van het land, en strijden om het goud, de diamanten en uranium in het land.

1/5 van de bevolking op de vlucht

“In dit conflict wordt religie geïnstrumentaliseerd voor politieke doeleinden,” zegt kardinaal Dieudonné Nzapalainga, aartsbisschop van Bangui en voorzitter van Caritas CAR. “Religie werd uitgebuit voor een oorlogsindustrie, waarin rebellen illegaal bloeddiamenten exploiteren.”

De zwaarste gevolgen van het conflict worden gedragen door onschuldige burgers. Duizenden personen zijn in het conflict gestorven, en een vijfde van de bevolking van 4,5 miljoen inwoners is gevlucht: 620.000 in eigen land en 570.000 naar buurlanden.

Fatimee is een van de honderdduizenden mensen die door het conflict moest vluchten

Een vredesmissie van de Verenigde Naties (VN) met 12.000 personen, de MINUSCA, een van de grootste operaties van de organisatie, probeerde de orde te herstellen in dit land waar de overheid weinig tot geen controle heeft en waar aanvallen tegen burgers vaak voorkomen.

Het geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek heeft het land ook in de hongersnood gestort: 63 percent van de bevolking heeft noodhulp nodig, volgens gegevens van de VN van vorig jaar.

Caritas werkt in het hart van de humanitaire initiatieven en de vredesopbouw in de Centraal-Afrikaanse Republiek. In 2017 intensifieerde het geweld, waardoor andere humanitaire organisaties zich genoodzaakt zagen zich terug te trekken uit de kampen voor intern ontheemden in Kaga Bandoro, Alindao en Bangassou. Maar Caritas behield haar operaties in het hele land.

Het vluchtelingenkamp Kaga Bandoro

Het werk van Caritas in een kamp voor 20.000 intern ontheemden dicht bij de MINUSCA basis in de strategische zone Kaga Bandoro, gecontroleerd door de Seleka, toont de omvang van deze humanitaire catastrofe.

Een van de bewoners, Bertin Aguida, kwam vier jaar geleden aan in het kamp met zijn vrouw en zeven kinderen. “Ik ben gevlucht uit een dorp 30 km van Kaga Bandoro”, zegt hij. “De Seleka namen mijn huis in en staken het in brand. We kunnen dus niet terugkeren.”

Eerst had hij een hut gebouwd in een ander kamp, maar de eigenaar van het terrein had hen doen vertrekken. “Dus we zijn verhuisd, vlakbij, naar een plaats die Caritas voor ons had klaargemaakt”, zegt hij. “Nu werk ik als verzorger bij MINUSCA en heb ik dus een klein inkomen.” Caritas hielp hem ook om zijn eigen groenten te kweken.

En sommigen hebben nog minder geluk dan Bertin. “De Seleka vielen ons dorp aan”, zegt Jeannet Laguere. “Ze hebben alles gestolen en ons in elkaar geslagen. Daarom zijn we naar hier gevlucht. Het leven hier is heel moeilijk. We slapen op de grond, hebben niets om te eten, worden aangevallen door insecten.”

Velen moeten dag na dag op zoek naar voedsel. “Soms hebben we niets, soms een beetje bloem met zout”, zegt Lidy Yakoda, moeder van vijf. “We kunnen niet te ver in het bos te gaan om iets te vinden om te eten. Het is gevaarlijk, want er zijn nog altijd aanvallen en plunderingen, dus moeten we hier blijven.”

Een gevaarlijke plaats voor vrouwen

Kaga Bandoro is gevaarlijk, in het bijzonder voor vrouwen: te vaak circuleren geruchten van verkrachtingen of aanvallen die tegen hen gericht zijn. “Wat de veiligheidssituatie betreft, zitten vrouwen hier compleet vast”, zegt Nour Adamou. “Ze kunnen zelfs hun werk niet doen. De Staat heeft hier geen enkele controle of autoriteit.”

Elke dag wachten zonder de mogelijkheid iets te doen om hun leven te veranderen is frustrerend voor de bewoners van het kamp. “We wilden niet naar hier komen, maar de rebellen hebben ons ertoe verplicht”, zegt Helene Kiringuinza. “We hebben een groot huis en willen terugkeren, want hier kunnen we niets doen en zijn we afhankelijk van voedselhulp. De chaos is verschrikkelijk en we willen naar huis.”

Via haar langdurige aanwezigheid in landelijke delen van het land, kon Caritas haar kennis en lokale relaties gebruiken om de kampen te beheren, door comités op te zetten om de noden te evalueren, vooral van de meest kwetsbaren, om de humanitaire hulp te coördineren, en om met succes te werken aan een betere veiligheid in de kampen.

Christenen en moslims verenigen

Caritas helpt ook de moslims in de zone Ganama, aan de andere kant van Kanga Bandoro. “Sinds kort helpt Caritas ons,” zegt Adamou, die enkel zijn voornaam wil geven. “Caritas deelt voedselbonnen uit. Caritas is zoals onze familie, die van ons houdt en alles doet om ons te helpen.”

Caritas hielp 50.000 mensen met voedsel, medicatie, lessen, hygiëne- en landbouwkits. Caritas werkt ook aan vredesopbouw, bijvoorbeeld door de organisatie van boerenmarkten waar moslims en christenen op dezelfde plaats hun producten kopen en verkopen.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten