Migranten uit Latijns-Amerika zoeken toevlucht in Europa

Caritas International België Migranten uit Latijns-Amerika zoeken toevlucht in Europa

© Caritas Internationalis - María Teresa Jímenez (85 jaar), Venezuela

© Caritas Internationalis - María Teresa Jímenez (85 jaar), Venezuela

31/07/2019

Grootschalige stroomonderbrekingen, een tekort aan basisvoorzieningen, wijdverspreid bendegeweld… veel nieuws dat ons vanuit landen zoals Venezuela en El Salvador bereikt, brengt weinig goeds. Het valt dan ook niet te verbazen dat in Latijns-Amerika miljoenen mensen op de vlucht zijn. De grote meerderheid trekt naar andere landen in de regio. Maar ook Europa ziet een toename in mensen die vluchten uit Latijns-Amerika.

“Ik werkte 38 jaar als naaister en bracht 9 kinderen groot. Nu hebben we zelfs geen geld voor medicijnen,” zegt de 85- jarige María Teresa Jímenez, die in het noorden van Venezuela woont. “Paracetamol kost al 11 miljoen bolivares, wat gelijk staat aan twee maanden minimumloon.” Vijf van Maria Teresa’s kinderen en negen kleinkinderen trokken weg uit Venezuela door de crisis. “Ik ben blij dat mijn kinderen nu niet in gevaar zijn,” zegt ze. “Ik wou dat ik 20 jaar jonger was en met hen kon meegaan.”

Vluchten om te overleven

De grootste migratiecrisis in de recente geschiedenis van de regio speelt zich af in en rond Venezuela. Al meer dan 4 miljoen mensen moesten vluchten, wat van de Venezolanen een van de grootste bevolkingsgroepen op de vlucht maakt. Intussen loopt Venezuela leeg. Het land stond lange tijd bekend om haar hoge opleidingsniveau, maar nu leerkrachten en leerlingen vertrekken, valt het onderwijssysteem in elkaar. Ook van de gezondheidszorg blijft niet veel meer over. Caritas Venezuela monitort de gezondheidssituatie op lokaal niveau en volgt risicogevallen op. Al meer dan 12.000 kinderen en zwangere vrouwen maakten gebruik van het voedingsprogramma van Caritas Venezuela en dokters van Caritas hebben bijna 20.000 kinderen verzorgd.

María Teresa Jimenez toont foto’s van haar kinderen en kleinkinderen die Venezuela verlaten hebben.

De omringende landen in Latijns-Amerika vangen miljoenen vluchtelingen op uit Venezuela, maar ook uit andere landen in de regio, of intern ontheemden uit eigen land. Ze hebben niet de middelen om een degelijke opvang te voorzien en de levensomstandigheden voor vluchtelingen zijn er zwaar. Wie het zich kan veroorloven, trekt verder. De grens met de Verenigde Staten is gevaarlijk, en de kans op bescherming in het land klein. Maar voor de EU Schengenlanden hebben bepaalde nationaliteiten geen visum nodig[1]. Dat is het geval voor burgers uit bijvoorbeeld Venezuela, Colombia, Guatemala of El Salvador.

Stijging asielaanvragen

Europa zag de eerste 5 maanden van dit jaar een verdubbeling van het aantal verzoekers om internationale bescherming vanuit Venezuela. Van de 18.500 verzoeken, werden er 16.846 in Spanje ingediend. In de eerste helft van 2019, waren er in België 231 verzoekers om internationale bescherming uit Venezuela.

In ons land staat El Salvador in de top 10 met 474 verzoeken in de eerste zes maanden van 2019. Het gaat hier vooral om mensen die vluchten voor gewapende bendes, de zogenaamde maras. Volledige families worden door deze bendes bedreigd en afgeperst. Moord is de voornaamste doodsoorzaak voor jongeren in El Salvador. In Spanje wordt bendegeweld niet erkend als een reden voor internationale bescherming, in België wel.

“De aanvragen van mensen uit Guatemala en Colombia zitten ook in stijgende lijn,” vertelt Susana Parraga, die de dossiers van mensen uit Latijns-Amerika opvolgt voor de sociale dienst van Caritas in België. “Maar ik merk dat mensen bezorgd zijn zolang ze niet zeker zijn dat ze internationale bescherming krijgen. De procedure kan 4 tot 6 maanden duren, maar evengoed 1 of 2 jaar. Het vraagt heel wat geduld van de personen in kwestie, zeker als ze nog kinderen hebben die zijn achtergebleven.”

Latijns-Amerikaanse migranten in België

“Veel mensen uit Latijns-Amerika doen hier in België een beroep op Caritas, omdat het Caritasnetwerk in Latijns-Amerika goed ontwikkeld en bekend is,” zegt Susana. “Wat opvalt, is het hoge opleidingsniveau van deze mensen. Er zijn ingenieurs, boekhouders, verpleegkundigen …. Velen hebben al heel wat ervaring opgedaan in hun land van herkomst, zoals een jonge architecte die in afwachting van de gelijkstelling van haar diploma al en baantje had gevonden in een architectenbureau.”

“Na 4 maanden procedure mogen ze werken en proberen ze een baan te vinden en met een beperkt salaris te overleven,” legt Susana uit. “Tijdens de procedure heb je recht op opvang, maar niet iedereen gaat naar een opvangcentrum. Heel wat mensen hebben al een sociaal netwerk en komen hier terecht bij familie of vrienden.”

“Door de lange procedure en moeilijkheden om de eindjes aan elkaar te knopen, kiezen sommigen uiteindelijk toch voor een opvangcentrum. Er zijn ook mensen die hier niemand kennen en helemaal van nul moeten herbeginnen: een nieuw netwerk, een nieuwe taal…” Caritas helpt met de doorverwijzing naar Fedasil voor een opvangplaats, en biedt ook psychosociale en juridische ondersteuning.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten