In het Congolese binnenland is de staat in grote mate afwezig. Anders gezegd, de staat betekent daar niet veel. De burgerbevolking wordt er nauwelijks beschermd.
“De Congolese regering begreep de context niet zo goed”, beseft Ntumba. “Er werden al drie pogingen ondernomen om te bemiddelen maar die mislukten keer op keer omdat het altijd verkeerd werd aangepakt. Nu wil de regering een vredesforum organiseren. Wij hopen dat ze leren uit de eerder gemaakte fouten.”
Kinshasa reageerde erg laat op het conflict maar stuurde op zeker ogenblik dan toch eindelijk militairen naar het crisisgebied om er de rust te herstellen. Maar die actie had echter perverse effecten. “Het leger organiseerde tal van onwettelijke wegversperringen om taksen te heffen”, aldus zuster Perpétue. “Militairen zochten naar manieren om geld te verdienen. Er zijn legergeneraals die erg rijk zijn, en in de lagere rangen wilden sommigen ook hun graantje meepikken. De wegversperringen houden op een aantal plaatsen de kloof tussen Teke en Yaka in stand.”
“De ergste slachtpartijen in het gebied had je in de beginfase”, stelt zuster Perpétue. “Maar de Mobondo voeren nu nog steeds gewelddadige acties uit en viseren zelfs het toeristische park in Kingakati. De diepere oorzaken van het conflict zijn zeker niet weg. Het wordt een werk van lange adem om die aan te pakken.”
Bij de crisis in het oosten van Congo spelen zeer zeker buitenlandse invloeden. Maar de crisis in het westen is vooral een ‘Congolees verhaal’. “Ook in dit gebied zijn er natuurlijke rijkdommen”, zegt zuster Perpétue. “Kardinaal Fridolin Ambongo vermoedt dat er een duistere hand is die het conflict in stand houdt. Het is niet uit te sluiten dat het conflict voortduurt door toedoen van politici. De Mobondostrijders vochten eerst met messen, machetes en jachtgeweren. Tegenwoordig zijn ze veel beter uitgerust en bedreigen ze zelfs legerofficieren.”