Naast individuele situaties wijzen professionals op een blijvende spanning in het Belgische systeem: tussen migratiecontrole en kinderbescherming. In de praktijk hangt toegang tot bescherming, huisvesting of sociale begeleiding nog te vaak af van het administratieve statuut, in plaats van van de noden van het kind.
Een professional vat dit als volgt samen: “Er bestaat een soort oorspronkelijke discriminatie: ze worden eerst beschouwd als ‘buitenlandse minderjarigen’ en pas daarna als ‘minderjarigen’. Als de politie ergens een Belgische jongen van 14 alleen aantreft, of een buitenlandse minderjarige, worden twee volledig verschillende trajecten gevolgd. Op een bepaalde manier is er sprake van discriminatie.”
Dit onderscheid structureert trajecten, heeft een impact op het parcours van jongeren en creëert ongelijkheid in behandeling.