Gaza is geen gewone migratiecontext
Die vraag speelt bovendien niet in een gewone migratiecontext. In september 2025 concludeerde de onafhankelijke VN-onderzoekscommissie voor de bezette Palestijnse gebieden en Israël dat Israël verantwoordelijk is voor genocide tegen Palestijnen in Gaza. Deze conclusie maakt minstens duidelijk waarom uitreizen uit Gaza ook een beschermingsvraagstuk is en niet louter een dossier van “goed migratiebeheer”.
Achter de cijfers zitten gezinnen
Op 11 september legde minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot een voorstel aan de federale regering voor. Het omvatte niet alleen een oplossing voor de dertien studenten en onderzoekers, maar ook een geleidelijke hervatting van evacuaties uit Gaza en een Belgische bijdrage aan een door de WHO gecoördineerde operatie voor zieke kinderen die in Jordanië behandeld zouden worden. Een akkoord kwam er niet.
Volgens Prévot wilde een coalitiepartner vooruitgang in het Gaza-dossier koppelen aan vooruitgang over gedwongen terugkeer naar Afghanistan en over terugkeerhubs buiten de Europese Unie. Prévot trok daarop zijn nota in.
Vijf dagen later verduidelijkte minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt in de Kamer de schaal waarover volgens haar werd gesproken. Zij verwees naar ongeveer 1.800 Palestijnen met een visum voor België die nog in Gaza verblijven, en daarnaast naar een aparte nieuwe lijst van ongeveer 320 personen voor wie evacuatie werd gevraagd.
Geen algemene evacuatieplicht, evenmin een vrijbrief voor stilzitten
Die juridische nuance is belangrijk. Eerder dit jaar oordeelde het Hof van Justitie dat de Europese gezinsherenigingsrichtlijn België niet verplicht om zelf de verplaatsing van begunstigden naar een diplomatieke of consulaire post te verzekeren of te faciliteren wanneer zij zich daar niet zelfstandig kunnen aanbieden.
Maar van die uitspraak een algemene regel maken dat de overheid daarna niets meer hoeft te doen, gaat te ver. Belgische rechters hebben in concrete Gaza-zaken wel degelijk verplichtingen opgelegd. Er bestaan ondertussen meerdere uitspraken waarbij de Belgische Staat bijstand moest bieden aan Palestijnse families met een Belgisch visum die niet tot de toen geldende evacuatiedoelgroep behoorden. Andere Brusselse uitspraken verplichtten de Staat humanitaire visumaanvragen van families in Gaza op afstand te registreren. In mei werd België bovendien in een zaak van een beursstudent uit Gaza opgedragen een studentenvisumaanvraag op afstand mogelijk te maken.
België heeft het al gedaan
Dat zulke ondersteuning praktisch mogelijk is, blijkt uit de Belgische ervaring zelf. Sinds oktober 2023 zijn er ongeveer 900 mensen naar België geëvacueerd om niet-medische redenen. Het gaat onder meer om gezinshereniging, personen met een geldige Belgische verblijfstitel en mensen met een band met het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel. Daarnaast werden via vier medische evacuatievluchten 18 zieke Palestijnse kinderen en 56 begeleiders naar België gebracht.
Ook andere Europese landen hebben oplossingen gezocht. Italië meldde deze maand dat het sinds september 2025 271 Palestijnse studenten naar Italiaanse instellingen voor hoger onderwijs had laten komen. Ierland organiseerde in augustus 2025 de uitreis van 52 Palestijnse beursstudenten. En het Verenigd Koninkrijk zette in 2025 voor beursstudenten uit Gaza een versnelde visumprocedure op waarbij veiligheidsscreening en biometrie vóór de definitieve visumbeslissing behouden bleven.
Dat is relevant voor het zogenaamde “domino-effect” waarvoor minister Van Bossuyt waarschuwt. De vraag waarom voor Gaza een aangepaste procedure zou gelden die niet overal wordt aangeboden, is legitiem. Maar gelijke behandeling betekent niet dat feitelijk totaal verschillende situaties altijd met precies dezelfde procedure moeten worden afgehandeld. Wie Gaza niet kan verlaten, kan zich ook niet op de normale manier bij een Belgische diplomatieke post aanbieden. Een procedure aan die werkelijkheid aanpassen, betekent bovendien niet dat veiligheidscontroles moeten verdwijnen. Het Britse voorbeeld toont precies het tegenovergestelde.
Telt een kind pas mee als het later dokter wordt?

Ook in de verdediging van de dertien studenten en onderzoekers moeten we oppassen geen nieuwe grens te trekken tussen “verdienstelijke” en “minder verdienstelijke” mensen.
Ja, het gaat om zorgvuldig geselecteerde studenten en onderzoekers. Ja, hun kennis kan later bijdragen aan universiteiten, de gezondheidszorg of de wederopbouw van Gaza. Maar hun diploma is niet wat hun menselijke waardigheid bepaalt.
Een kind hoeft geen toekomstige arts te zijn om bij zijn vader of moeder te mogen leven. Een moeder hoeft geen onderzoekster te zijn om haar gezin terug te mogen zien.
Precies daarom is ook de koppeling met Afghanistan problematisch. Van Bossuyt verwees in de Kamer naar ongeveer zestig Afghaanse mannen zonder wettig verblijf die een gevangenisstraf uitzitten en volgens haar voor verwijdering in aanmerking komen. Over hun terugkeer kan en moet de regering een beleid voeren. Maar dat dossier heeft zijn eigen feiten, rechten en risico’s.
Ook voor Afghanistan ligt gedwongen terugkeer niet zomaar voor de hand. UNHCR blijft landen oproepen om gedwongen terugkeer naar Afghanistan op te schorten. De EUAA stelde in mei 2026 bovendien vast dat de Talibanregering de belangrijkste actor van vervolging en ernstige schade in het land blijft en doorgaans geen effectieve bescherming biedt. Dat betekent niet dat iedere individuele terugkeer juridisch per definitie uitgesloten is. Het betekent wel dat voor elke persoon afzonderlijk moet worden nagegaan of terugkeer veilig en wettelijk mogelijk is.
Net daarom hoort die discussie afzonderlijk te worden gevoerd. Wie over terugkeer naar Afghanistan of over terugkeerhubs wil onderhandelen, moet dat doen op basis van de juridische en menselijke merites van die dossiers. Het samenzijn van een ouder en een kind, of de mogelijkheid voor een student om aan een Belgische universiteit te beginnen, hoort daarbij geen pasmunt te zijn.
Een uitweg is geen afstand van het recht op terugkeer
Er is nog een onderscheid dat we niet uit het oog mogen verliezen. Palestijnen helpen om Gaza om humanitaire, familiale of academische redenen tijdelijk te verlaten, is niet hetzelfde als kiezen voor permanente emigratie. Het betekent evenmin dat zij afstand doen van aanspraken op terugkeer en compensatie. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties verwees in december 2025 opnieuw naar resolutie 194 en stelde vast dat de daarin voorziene repatriëring of compensatie van Palestijnse vluchtelingen nog niet was gerealiseerd.
Die precisie is vandaag extra belangrijk. Begin september 2026 stelde de Israëlische minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir een politiek plan voor grootschalige zogenaamde “vrijwillige emigratie” uit Gaza voor. Het internationaal humanitair recht verbiedt evenwel gedwongen deportatie of transfer van beschermde personen uit bezet gebied, behalve in strikt omschreven gevallen, zoals een tijdelijke evacuatie voor de veiligheid van de bevolking of om dwingende militaire redenen.
Een veilige humanitaire uitweg en permanente verdrijving zijn dus niet hetzelfde.
Een recht moet meer zijn dan papier
Een regering moet compromissen sluiten. Dat is politiek. Maar niet ieder dossier hoort in dezelfde ruil terecht te komen.
Wanneer België na een individuele procedure beslist dat iemand hier mag studeren, verblijven of zich met zijn gezin herenigen, moet het uitgangspunt zijn dat die beslissing ook werkelijk uitvoerbaar kan worden. Wanneer oorlog, gesloten grenzen of het ontbreken van een diplomatiek loket de gewone procedure onmogelijk maken, behoort het tot goed bestuur om redelijke alternatieven te zoeken — met de nodige identiteits- en veiligheidscontroles, maar zonder van praktische onmogelijkheid een permanent obstakel te maken.
Niet omdat ieder Belgisch visum automatisch een recht op evacuatie schept. Wel omdat fundamentele rechten en positieve overheidsbeslissingen niet mogen verschrompelen tot papieren beloften.
De dertien studenten en onderzoekers verdienen een uitweg. De gezinnen die al veel langer wachten evenzeer.
Tom Devriendt is beleidsmedewerker bij Caritas International België en volgt er de thema’s migratie, bescherming en mensenrechten.













