Het verhaal van Zahra

Caritas International België Het verhaal van Zahra

© Isabel Corthier

© Isabel Corthier

07/03/2018

"Ik heb geroepen, geschreeuwd om ons niet uit elkaar te halen”

Zahra* komt uit Irak. Samen met haar vier kinderen heeft ze de Middellandse zee overgestoken om zich bij haar man Zuher te voegen. Hij was al enkele maanden eerder vertrokken. Dit is haar verhaal.

“We werden bedreigd. Mijn man was politieagent in Irak. Hij kreeg doodsbedreigingen van Al Qaeda en IS. Enkele maanden voor ons vertrek, werd hij geraakt door een bom. Zijn rug en benen waren bedekt met wonden.” Zuher vult aan: “Uiteindelijk hebben ze mijn broer vermoord. Ze zeiden dat ik de volgende op de lijst was. Daarom ben ik vertrokken in de hoop mijn familie terug te zien via gezinshereniging.” Zahra: “Maar wij konden ons vertrek zo lang niet meer uitstellen. Ik was bang dat ze mijn kinderen zouden ontvoeren. Wij werden ook bedreigd. Daarom beslisten we de oversteek te maken.”

Angst om elkaar te verliezen

Ons verhaal begint in oktober. Het is koud. De zee is veel woester dan in de zomer. “We zijn eerst richting Erbil vertrokken om vandaar naar Turkije te gaan. Aan de kust wachtte een smokkelaar ons op met een bus. De reis duurde 12 uur. Tijdens de reis mochten we niet van de bus. Ik had lege waterflessen meegenomen zodat de jongens daarin konden plassen. Gelukkig droeg mijn dochter toen nog luiers. De kinderen sliepen op grond. Toen we uit de bus stapten, was er heel veel volk. Het was echt chaotisch. Ik was bang om mijn kinderen uit het oog te verliezen. Vandaar moesten we nog meer dan één uur stappen om de zee te bereiken. Andere Irakezen hebben me geholpen met de kinderen. Toen we aankwamen bij de vertrekplaats – een kleine opblaasbare boot –zeiden de smokkelaars dat er geen plaats meer was voor mijn zoon. Ik heb geroepen en geschreeuwd opdat ze ons niet uit elkaar zouden halen. Ik was mezelf niet meer. Mijn zoon droeg een rugzak. Ze hebben zijn rugzak afgenomen en weggesmeten. Zonder die rugzak mocht mijn zoon aan boord. We zijn altijd samengebleven. Ik herinner me dat er heel veel achtergelaten reistassen en kleren lagen op het strand.”

Verblijf in open opvangcentra

“Eenmaal op het water waren de kinderen echt bang. Ze moesten vaak overgeven. Ik bleef maar bidden. De reis duurde één uur. Toen we aankwamen in Griekenland, heb ik dezelfde weg als mijn man afgelegd via Macedonië en Servië. Zo ben ik uiteindelijk in België beland. Hier verbleven we in verschillende open opvangcentra. Het leven was er echt niet gemakkelijk, vooral niet in het opvangcentrum in Brussel.” We zijn ondertussen eind 2015, middenin de opvangcrisis: de open opvangcentra zitten overvol. “Er was geen hygiëne in het centrum. Alles was vuil. ‘s Nachts schreeuwden mannen zich in slaap.” Uiteindelijk valt het verdict over de twee asielaanvragen.. Ze mogen blijven.

Bijzonder kwetsbaar gezin

De familie wordt doorverwezen naar het project overgang naar autonomie voor kwetsbare vluchtelingen van Caritas International. “Uiteindelijk kregen we individuele opvang voor ons gezinnetje.” In het begin is het niet gemakkelijk in België maar het gezin houdt vol en is zeer gemotiveerd. “We gaan naar de Franse les en de kinderen gaan naar een Nederlandstalige school. Hier is alles anders. School en huiswerk bijvoorbeeld. Hier is alles goed geregeld, minder vuil. In Irak was het heel warm en stoffig. In België is het koud maar de straten zijn proper en er is ook veel groen. Belgen zijn lieve mensen. Ze helpen ons.”

 

Voetnoot :

*

Om de anonimiteit van de betrokken personen te garanderen, zijn de namen en de foto aangepast.

Meer verhalen

Alle verhalen