Het verhaal van Shamim

Caritas International België Het verhaal van Shamim

© Caritas International

© Caritas International

06/08/2018

"Ik ben 32 jaar en ik heb het gevoel dat een stuk van mijn leven gestolen werd"

“Een plek die van jou is.” Dat is voor Shamim wat een thuis betekent. Shamim werd als vluchteling en zonder nationaliteit geboren. Hij maakt deel uit van de etnische minderheid Bihari, ook wel “de vergeten Pakistanen” genoemd. Doorheen zijn getuigenis wordt duidelijk waarom een thuis hebben hem zo dierbaar is.

“Een plek die van jou is.” Dat is voor Shamim wat een thuis betekent. Shamim werd als vluchteling en zonder nationaliteit geboren. Hij maakt deel uit van de etnische minderheid Bihari, ook wel “de vergeten Pakistanen” genoemd. Doorheen zijn getuigenis wordt duidelijk waarom een thuis hebben hem zo dierbaar is.

“Mijn naam is Shamim[1]. Ik ben geboren in 1986 in een vluchtelingenkamp in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Mijn ouders behoren tot de Bihari-minderheid, ook wel de vergeten Pakistani genoemd[2]. Ik ben als vluchteling geboren en heb geen nationaliteit.

De leefomstandigheden in het vluchtelingenkamp waren erbarmelijk. Voedselrantsoenen waren zeer beperkt (500g rijst voor een maand). We hadden nergens recht op. Geen werkvergunning. Geen toegang tot school of ziekenhuis.[3]

Zo wilde ik niet leven. Geen enkel land wilde mij – Bangladesh niet, Pakistan niet, Indië niet. Ik besloot te vertrekken.

- Shamim

Weg uit Bangladesh

Mijn moeder stierf toen ik 5 jaar was. Op mijn tiende werd mijn vader ziek. Hij stierf aan zijn ziekte door een gebrek aan medische zorg. Om te overleven, verkocht ik sigaretten per stuk. Tot ik twintig was. Zonder identiteitskaart was het onmogelijk om een ‘echte’ job te vinden.

Zo wilde ik niet leven. Geen enkel land wilde mij – Bangladesh niet, Pakistan niet, Indië niet. Ik besloot te vertrekken.

 

Ik spaarde geld en nam een bootje uit Chittagong [nvdr: Zuid-Oosten van Bangladesh]. Ik kende de bestemming niet. Vijf dagen hebben we gevaren met zo’n 50 à 70 mensen aan boord. We kwamen aan in Karachi [nvdr: Zuid-Pakistan].

Daar kwam een wagen ons ophalen. We werden elf uur lang opgesloten in een huis, de lichten gedoofd. Toen ze terugkwamen hebben ze zeven mensen aangeduid. Ik was erbij.

We staken de bergen over. Ik begreep dat we ons in een ander land bevonden, dat Iran heette. Daarna Turkije. Daar heeft men mij gezegd om op het dak van een vrachtwagen te klimmen. Na een eerste mislukte poging ben ik daarin geslaagd. Twee dagen lang ben ik op het dak blijven liggen. Net voor een controlepost ben ik terug afgestapt. Ik had geen flauw idee waar ik was. Zelfs niet in welk land ik was. Ik heb me verstopt tot ik een persoon Urdu hoorde praten. Die persoon heeft me geholpen en me gezegd dat ik een bad moest nemen, ik stonk blijkbaar. Ik was in België. Ik had nog nooit over dat land gehoord. Nu is dat natuurlijk ondenkbaar, iedereen kent België dankzij de voetbal.

Asielaanvraag in België

De betrokken persoon vertelde me dat ik naar het vluchtelingenkamp zou gaan. Ik was zeer ontgoocheld, want net om die reden had ik Bangladesh verlaten. De persoon bracht me naar het CGVS [Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen] waar ik een asielaanvraag heb ingediend. Tijdens de procedure verbleef ik in het Klein Kasteeltje.

Ik heb nooit goed begrepen waarom mijn asielaanvraag werd geweigerd, want ik heb moeite met het begrijpen van papieren. Misschien omdat ze dachten dat ik Bangladeshi was? Of omdat ik mijn identiteit niet kon bewijzen?

Ik moest het Klein Kasteeltje verlaten, maar ik bleef in België. Na acht jaar werd ik in Brussel opgepakt door de politie. Ze brachten me naar een gesloten centrum. Daar ben ik een maand gebleven. Ik ontmoette er een nieuwe advocaat.

Niet uitwijsbaar

Tijdens onze gesprekken heb ik mijn advocaat uitgelegd dat ik het niet erg zou vinden terug te keren naar Bangladesh. Ik wilde daar dan wel een identiteitskaart krijgen. Maar na een bezoek aan de ambassade van Bangladesh kregen we te horen dat we niets van hen moesten verwachten. Dat wil zeggen dat ik niet uitgewezen kan worden, want ik word nergens erkend.

Voor het eerst hoorde ik het woord “staatloos”.

Op een dag kwamen de mensen van het gesloten centrum mijn kamer binnen om te zeggen dat ik nog een half uur de tijd had om te vertrekken. Blij om vrij te zijn, vroeg ik hen of het kon wachten tot ik mijn terugkeer naar Brussel kon regelen. Dat werd geweigerd. Al mijn spullen werden in een zak gestoken en ik kreeg het bevel te vertrekken.

Dat wil zeggen dat ik niet uitgewezen kan worden, want ik word nergens erkend. Voor het eerst hoorde ik het woord "staatloos".

- Shamim

Ik wist niet wat te doen, zonder geld en zonder mogelijkheden om mijn kennissen te verwittigen. Het gesloten centrum bevond zich op een afgelegen plaats – zonder bussen en zonder winkels. Twee dagen heb ik gewacht aan de deur van het centrum. Af en toe zag ik de werknemers naar buiten komen om een sigaret te roken. Uiteindelijk heeft iemand me tien euro gegeven. Ik was zeer dankbaar: nooit heb ik geld meer nodig gehad dan op die dag. Ik wilde de contactgegevens van die persoon om hem later terug te betalen, maar hij weigerde.

Erkenning als staatloze

In Brussel aangekomen werd ik opgevangen in één van de woningen van de Jesuit Refugee Service. Ik startte de procedure om erkend te worden als staatloze. Sindsdien werk ik in een kruidenierszaakje om te overleven. Het is mijn taak er vanop afstand op te letten dat niemand de zaak besteelt. Leuk, niet? Omdat ik in het zwart werk durft de winkeleigenaar – een heel vriendelijke man trouwens – mij niet in de winkel zelf te werk te stellen. Ik verdien tenminste iets – 400 euro per maand – en ik verbeter mijn Frans [nvdr: Shamim spreekt Urdu, Bengali, Engels en Frans, ondanks het feit dat hij nooit naar school is geweest].

Nu wacht ik op de uitspraak van de rechter over mijn aanvraag tot erkenning als staatloze. Het antwoord zou ik binnen de 6 maanden moeten krijgen. In afwachting heb ik dringend een nieuwe woning nodig aangezien mijn huurcontract op 21 augustus afloopt. Ik heb iets tijdelijks nodig, voor ongeveer 5 maanden, want eens ik mijn erkenning krijg zal ik kunnen werken.


Dit interview kwam tot stand in het kader van de campagne #whatishome. #whatishome is een campagne in 11 landen met 12 Caritasorganisaties, die de verbanden tussen migratie en ontwikkeling onderzoekt. Ze krijgt financiële steun van de Europese Unie voor sensibilisering en ontwikkelingseducatie (DEAR) in het kader van het project MIND. Meer info hier. De inhoud van deze campagne valt onder de verantwoordelijkheid van Caritas International en weerspiegelt niet noodzakelijk de officiële standpunten van de Europese Unie.

Drapeau de l'Union Européenne

Voetnoot :

[1]

Fictieve naam.

[2]

In 1971 werd Bangladesh onafhankelijk van Pakistan. Door deze scheiding geraakt de Urdusprekende minderheid – voornamelijk Bihari – vast in een politiek spel. De Bengaalse regering verwerpt hen om politieke en linguïstieke redenen. Pakistan aanvaardt aanvankelijk 270.000 Biharis maar maakt daarna een eind aan dit beleid en wijst Bangladesh op zijn verantwoordelijkheden.

[3]

De gevolgen van de politieke patstelling tussen Bangladesh en Pakistan zijn ernstig. Sinds 1971 zijn er bijna 300.000 mensen staatloos geworden. Ze wonen in vluchtelingenkampen in Bangladesh zonder toegang tot onderwijs, werk of gezondheid.