Vergeten crisis in de Centraal-Afrikaanse Republiek: burgers gegijzeld

Caritas International België Vergeten crisis in de Centraal-Afrikaanse Republiek: burgers gegijzeld

© Caritas Internationalis (2014)

© Caritas Internationalis (2014)

18/01/2019

De Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) verzinkt in chaos. Het land kent een grote humanitaire crisis en steeds meer aanvallen op vluchtelingenkampen, in het bijzonder diegene die worden beheerd door de Kerk. Caritas en haar partners luiden de alarmbel[1].

In brand gestoken huizen, geplunderde dorpen, verkrachte vrouwen: zes jaar na het begin van het conflict is geweld dagelijkse kost voor de inwoners van de CAR.

Een klimaat van onveiligheid en terreur

Drie vierde van het grondgebied is nog steeds in handen van gewapende groepen: ex-leden van de Seleka, ex-leden van de anti-balaka[2], maar ook huurlingen en gewapende criminele bendes.

De terugkerende aanvallen, vooral in 2018, en de heersende terreur dwongen de burgers om te vluchten: één inwoner op vier is op de vlucht, en één op twee is afhankelijk van humanitaire hulp. Door de onveiligheid hebben ngo’s vaak geen toegang tot burgers.

Terug bij af

“De wereld kan haar ogen niet sluiten voor wat er gebeurt in de Centraal-Afrikaanse Republiek. we zijn terug bij af!” verklaarde Najat Rochdi, de humanitaire coördinator van de VN, eind november.

“Er is een gebrek aan voedsel, de scholen zijn gesloten, de mensen zijn ziek: de humanitaire situatie is erger dan twee jaar geleden”, betreurt priester Luk Delft, uitvoerend secretaris van Caritas CAR, lokale partner van Caritas International.

Elke aanval op een vluchtelingenkamp volgt het zelfde scenario: burgers vluchten in de brousse[3] en slapen in open lucht.

“De kinderen hoesten, de ontheemden lijden aan diarree door een gebrek aan drinkbaar water. En als ze terugkeren, moeten de hutten terug worden opgebouwd. Caritas heeft voedsel uitgedeeld met het Wereldvoedselprogramma van de VN. De burgers willen zich niet laten verzorgen in het hospitaal dat 3 km verder ligt uit angst onderweg gekidnapt of aangevallen te worden”, legt Régis Bessafi van het noodhulpprogramma van Caritas CAR uit.

De Kerk als doelwit

Caritas beheert meerdere vluchtelingenkampen in het land, op terreinen van de Kerk, waar de burgers naartoe gevlucht zijn.

“Sinds het begin van de crisis zijn de burgers spontaan naar terreinen van de Kerk gevlucht. Zij is er nog steeds en laat hen niet in de steek! Maar sinds 15 maanden richten de gewapende groepen zich ook op de Kerk: ze beschermt hen niet meer”, zegt priester Luk Delft ongerust.

Vorig jaar zijn op acht maanden tijd vijf priesters gedood op verschillende plaatsen (Bangui, Bambari, Seko, Alindao) en er worden steeds meer vluchtelingenkampen van de Kerk aangevallen.

“De gewapende groepen leven van de afpersing van burgers door belastingen op te leggen in de steden die ze controleren. Uit de vluchtelingenkampen kunnen ze geen winst halen, dus vallen ze de vluchtelingen aan zodat ze zouden terugkeren naar de stad. Dat is de eerste reden”, analyseert Mgr Richard Appora, bisschop van Bambari.

“De tweede reden is dat de rebellen het voedsel van de humanitaire organisaties en de goederen van de Kerk willen plunderen in de kampen. Tenslotte moet ook gezegd worden dat de enige aanwezige autoriteit op vele plaatsen de religieuze is. De Staat is er niet, zoals in Alindao. En dat is beschamend! We zijn beschaamde getuigen van mensen die willen plunderen en de mensenrechten schenden.”

Aan de zijde van de meest kwetsbaren

De Kerk blijft nochtans, want het is haar rol om bij de armsten te blijven. Ze verwerpt het discours van een godsdienstoorlog: “Er worden ook moslims gegijzeld door de rebellen van de ex-Seleka. We hebben 50 jaar in vrede samengeleefd. Het is de politiek die de kaart van de godsdienst heeft getrokken”, gaat Mgr Richard Aporra verder.

Caritas zet ook haar missie verder door op de dringendste noden te antwoorden: onderdak, water, sanitair en hygiëne (WASH), voedsel, gezondheidszorg en bescherming. Het aantal personeelsleden en hun middelen zijn echter beperkt. Hun kantoren zijn grotendeels vernield. Caritas roept de internationale gemeenschap op om de oorzaken van het probleem aan te pakken en vrede te promoten in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Voetnoot :

1

Dit artikel werd overgenomen van Caritas Frankrijk.

2

De Seleka is de rebellengroep die in maart 2013 de macht greep. De anti-balaka namen de wapens op tegen de Seleka.

3

Niet minder dan 26.000 personen in Alindao tijdens de aanval van 15 november die meer dan dodelijke slachtoffers maakte.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten