Het verhaal van Espérance en Fidèle

Caritas International Het verhaal van Espérance en Fidèle
08/11/2017

“Mensen zeiden me dat er in Europa geen solidariteit is”

“Ik kwam aan in het centrum van Kapellen en vroeg me af: ga ik hier ooit kunnen integreren? Het was winter, slecht weer. Mensen zeiden me dat er in Europa geen solidariteit is. Maar intussen weet ik dat dat niet waar is. Ik heb heel veel steun gekregen. Als je iemand hebt die je begeleidt en alles uitlegt, kun je beter volgen.”

Fidèle Munezero (33 jaar) is een van de vele Congolezen die moesten vluchten uit een door conflict geteisterd vaderland, net zoals zijn vrouw Espérance (25 jaar). “Ik was nog heel jong toen ik met mijn familie uit Congo vluchtte,” vertelt Espérance. “We leerden elkaar kennen in Burundi.” Fidèle en Espérance trouwden 7 jaar geleden en woonden samen in een Burundees vluchtelingenkamp. Via het hervestigingsprogramma kwamen ze naar België. Espérance kwam eind 2015 aan met haar ouders, broers, zussen en de kinderen. Door een fout in het dossier werd ze niet met haar man hervestigd. Fidèle kwam pas eind 2016 aan.

“Toen ik nog in Afrika was, vertelde mijn vrouw me dat ze goed terecht gekomen is dankzij de raad van Caritas,” herinnert Fidèle zich. Na een verblijf in een collectief centrum verhuisde Espérance met haar familie naar het Waalse Houffalize. Ze blikt terug: “Ik woonde al jarenlang samen met mijn man en kinderen, maar in Houffalize werd ik als kind beschouwd, omdat ik bij mijn ouders woonde. Ik kon het budget van mijn kinderen niet gebruiken om dingen voor hen te betalen. Ik wilde samenwonen met mijn gezin, met mijn man, maar volgens de sociaal assistente van de gemeente ging dat niet. Ik had het nummer van Caritas, en belde hen op. Ze vroegen wat mijn problemen waren en zouden helpen.” Caritas signaleerde het probleem bij UNHCR, het VN-vluchtelingenagentschap, en zocht een woning waar Espérance met haar kinderen naartoe kon.

UITDAGINGEN

Een woning vinden is een enorme uitdaging voor kwetsbare vluchtelingen. Zoals het merendeel van de vluchtelingenfamilies, vond Espérance geen woning in dezelfde gemeente en moest ze dus noodgedwongen opnieuw van woonplaats veranderen. Samen met haar kinderen verhuist ze van het Waalse Houffalize naar een appartement in Gent. “Greta, de eigenares, was erg behulpzaam. Haar hele familie is op bezoek gekomen, ze brachten van alles mee, dingen voor de kinderen, zelfs een kast!” vertelt Espérance.

“Mensen vroegen me: blijft Caritas jou nu nog opvolgen? Jazeker, zei ik dan.” Caritas volgde het gezin naar de andere kant van het land. “In het weekend ging ik naar de tweedehandswinkels met een medewerker van Caritas. Hij gaf me adressen van winkels en zocht een school voor de kinderen. Mijn oudste zoon David was al begonnen met Franse lessen, maar nu moest hij Nederlands leren.”

Integratie is een veelgebruikt woord, maar erachter ligt een hele waaier aan uitdagingen: Nieuwe taal, nieuwe cultuur, nieuw schoolsysteem, nieuwe medische zorg, nieuwe verwachtingen. Verwachtingen die dagelijks bijgesteld moeten worden, heel soms ook in de positieve zin.

EEN ONVERWACHT TELEFOONTJE

“Op een ochtend belde Caritas me. Of ik wist dat Fidèle in België was? Ik zei: nee, je moet de mensen niet voor de gek houden. Maar het was waar, Fidèle was hier,” lacht Espérance. Fidèle vult aan: “Het ging plots erg snel. Op vrijdag kreeg ik te horen dat ik zondag zou vertrekken.”

Het is nu een jaar geleden dat Fidèle met zijn jongere broers en zusje in het collectief centrum van Kapellen aankwam. Met vier extra personen zou het veel te krap worden in het appartement in Gent, dus moest het gezin opnieuw op zoek naar een woning. En die vonden ze in Brakel, bij solidaire huiseigenaars: de zusters van het klooster.

De woning werd intussen een echte thuis. Aan de muur prijken huwelijksfoto’s en een kruisje. Op de schouw staan houten beeldjes en een Congolese vlag. Grote pluchen knuffels liggen op de kast. “De kinderen spelen vaak met de leeuw, ook al zijn hier helemaal geen leeuwen,” lacht Fidèle. “Ik woon hier heel graag. Ik hou van de natuur en de kalmte. De mensen zijn eerlijk. Hier verhuis ik niet meer, in geen 40 jaar!“

DE LIJN NAAR DE TOEKOMST

“Nu zie ik de lijn die ik wil nemen in mijn leven,” vervolgt Fidèle. “Ik ben voogd geworden van mijn broers en zus. De procedure om mijn diploma gelijk te stellen loopt. Ik ben vorige week geslaagd voor mijn examen Nederlands en ben ingeschreven bij de VDAB. We willen graag een opleiding volgen.” Espérance wil aan de slag als zorgkundige. “In Burundi zorgt iedereen voor de ouderen, maar daar zijn geen opleidingen,” merkt ze op.

Het Burundese rijbewijs van Fidèle wordt in België niet aanvaard, dus begint hij hier weer van nul. Maar hij blijft optimistisch. “Ik had 40 op 50 voor mijn theoretisch examen, maar je moet 42 hebben om te slagen. Als de theorie achter de rug is, zal het wel vlot gaan. Want autorijden kan ik al. ” Voorlopig krijgt het gezin nog hulp van de zusters. Op vrijdag komt Myriam langs met de auto en gaat ze samen met Espérance boodschappen doen. “Myriam is de jongste van de zusters,” vertelt Espérance. “We hebben een goede band.”

“Eerlijkgezegd, als je niemand hebt, is het moeilijk,” weet Fidèle. “Als wij problemen hebben, kunnen we altijd bij iemand terecht: Caritas, de zusters, vrienden van de wandelclub en uit de buurt… Ik hoop dat anderen ook dergelijke begeleiding kunnen krijgen.”

En de toekomst? “Ik heb veel hoop dat die goed zal zijn,” glimlacht Fidèle, “zeker voor mijn kinderen, zodat ze kunnen studeren en werken.” Espérance en Fidèle werden drie maanden geleden opnieuw trotse ouders. “Haar naam is Myriam.”

Meer verhalen

Alle verhalen