Caritas International  Taboe doorbreken rond NBBM en vrijwillige terugkeer
14/03/2014

In november hield Caritas International een uitwisseling in Guinee. Thema op de agenda: vrijwillige terugkeer en re-integratie van Niet-Begeleide Buitenlandse Minderjarigen (NBBM). Naast partners uit Guinee, Kameroen en Senegal vervolledigden ook enkele begeleiders en voogden van NBBM het gezelschap. Wim Bonny, voogd bij het Rode Kruis, en Kleo Dubois, pedagogisch verantwoordelijke bij Minor Ndako, een organisatie die NBBM opvangt en begeleidt, waren er bij.

INTERVIEW: Voogd NBBM Wim Bonny en pedagoge Kleo Dubois gingen met Caritas naar Guinee

Wat was het doel van deze uitwisseling tussen België, Guinee, Kameroen en Senegal?

Wim: We wilden enerzijds het moeilijke thema van vrijwillige terugkeer bij NBBM bespreekbaar maken, en anderzijds nagaan hoe we als voogden het best omgaan met terugkeer bij deze jongeren. Op welke manier kunnen we rekening houden met de situatie in hun land van herkomst? En met de verwachtingen van de familie en de minderjarige?

Kleo: Tot nu toe werkte onze organisatie enkel rond terugkeer als de jongere zelf de vraag stelde. In de 8 jaar dat ik voor Minor Ndako werk, is dat nog maar een viertal keer gebeurd. Vanaf nu willen we veel meer proactief op vrijwillige terugkeer mikken. Voor mij persoonlijk was het heel belangrijk om te zien op welke manier mensen in Guinee, Kameroen en Senegal terugkeer ervaren. Ook was het interessant om rechtstreeks van hen te horen dat onze visie op terugkeer niet altijd strookt met de hunne.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de NBBM na hun terugkeer naar Guinee, Kameroen en Senegal?

Wim: Een belangrijke uitdaging is dat deze jongeren na hun terugkeer zelfstandig kunnen leven, liefst met eigen financiële middelen. Zo tonen ze aan dat hun verblijf in Europa of België niet voor niets was, en zelfs een deel van de verwachtingen zijn ingelost. Daarom is het zo belangrijk dat ze met de nodige bagage terugkeren.

Kleo: Als ze teruggaan mét bagage – een vorming die ze hier volgden, of kennis die ze opdeden waarmee ze in het land van herkomst iets kunnen opstarten – zullen ze zich beter kunnen integreren in de gemeenschap. We moeten ervoor zorgen dat de jongeren bij hun vertrek uit België een stapje verder staan dan bij hun aankomst hier. Ook financieel is het belangrijk dat ze meer hebben dan waarmee ze vertrokken. Zo krijgen ze de kans iets op te starten. Voor hun re-integratie en de manier waarop ze door de lokale gemeenschap worden gezien, is dit van groot belang!

Onder welke voorwaarden is duurzame re-integratie van een NBBM haalbaar?

Wim: Vanaf de eerste dag na aankomst van de jongere in België moet de familie overal bij betrokken worden. Zij moeten op de hoogte zijn van alle procedures en beslissingen in België. In een tweede fase moet de terugkeer en de re-integratie goed worden voorbereid – ook in overleg met de familie. Het is belangrijk dat de beslissing tot terugkeer door de familie en NBBM samen wordt genomen. De lokale partner in het land van herkomst speelt daarbij een bemiddelende rol. Na terugkeer wordt de jongere dan verder opgevolgd door zowel de terugkeerpartner in België als de lokale partner.

Kleo: Jongeren mogen er na hun terugkeer absoluut niet alleen voor komen te staan. Daarom is overleg met de familie zo belangrijk, zowel vanuit België als in het land van herkomst. Na terugkeer vertellen jongeren niet hoe zwaar ze het in België hadden. Hun familie begrijpt niet altijd waarom ze zijn teruggekomen. Zowel de voogd als de lokale partners spelen hier een belangrijke rol. Ze moeten met de familie de dialoog aangaan: Waarom keert de jongere terug? En waarom is het belangrijk dat hij of zij terug in de familie wordt opgenomen? In Guinee werd me duidelijk dat re-integratie van een NBBM een werk van lange adem is.

Kan je een voorbeeld geven van een NBBM die op een succesvolle manier is gere-integreerd in zijn of haar land van herkomst?

Kleo: Onlangs keerden 2 van onze jongeren terug naar Mongolië met re-integratiesteun van Caritas. Hoewel onze begeleiders vreesden dat niemand hen zou opvangen, verloopt alles toch zeer goed. We bellen regelmatig met de jongeren en zijn gerustgesteld. Ook ontvangen we af en toe telefoon van een Guinees meisje dat op eigen houtje terugkeerde en voor wie de re-integratie zeer moeizaam loopt. Het is duidelijk dat ze het zonder enige begeleiding heel zwaar heeft om haar leven opnieuw op rails te krijgen.

Welke nieuwe inzichten heb je opgedaan tijdens deze uitwisseling?

Wim: De belangrijkste les voor mij was dat de familie in het land van herkomst vanaf het begin op de hoogte moet worden gebracht. Door hen te informeren over het traject van de jongere in België via bemiddelaars krijgen zij een realistisch beeld.

Kleo: Vroeger sprak ik pas over terugkeer als een jongere in een irreguliere situatie belandde. Tijdens de conferentie zag ik in dat terugkeer altijd bespreekbaar moet zijn, ook bij jongeren die nog maar net toekomen. We moeten het taboe doorbreken rond NBBM en vrijwillige terugkeer.

Wat kan je Caritas en andere begeleiders van NBBM aanraden?

Wim: Dat terugkeer zeker een duurzame oplossing kan zijn, en dat dit vanaf dag 1 bespreekbaar moet worden gemaakt door zowel de begeleiding als de voogd, zonder persoonlijk oordeel.

Kleo: De begeleiders die de jongeren dagelijks zien in het centrum moeten zich ervan zijn dat terugkeer een valabele keuze is. Nu rekent men vooral op de voogd om met de jongere rond terugkeer te werken. Maar als de begeleider die de jongeren in bed steekt en er activiteiten mee doet niet gepast reageert op vragen van de jongere rond terugkeer, wordt het werk van Caritas of de voogd terug teniet gedaan.

Op 27 februari gaf Caritas International een vorming aan begeleiders van Minor Ndako rond vrijwillige terugkeer en re-integratie.

Het terugkeerverhaal van twee Mongoolse minderjarigen

In juli 2013 keerden 2 NBBM, broer en zus, terug naar Mongolië. Terugkeren was geen evidente keuze omdat ze goed geïntegreerd waren, vrienden hadden, naar school gingen en volop bezig waren hun toekomst in België uit te bouwen. Vermits de oudste zus bijna meerderjarig werd en ze niet in het opvangcentrum kon blijven, begonnen ze toch samen met hun begeleiders na te denken over de verschillende mogelijkheden, waaronder vrijwillige terugkeer. De rol van de begeleiders was van groot belang omdat zij geleidelijk het onderwerp aanbrachten en contact opnamen met de dienst re-integratie op het moment dat de jongeren nog verblijfsrecht hadden.

Tijdens een eerste verkennend gesprek ging Caritas na of de twee terecht konden bij familie of vrienden. Geen evidentie zo bleek. Hun grootmoeder, het enige familielid, weigerde hen aanvankelijk op te vangen. De aankoop van een ‘yurt’ (tentwoning) werd ook besproken om huisvesting te verzekeren. Gezien hun jonge leeftijd werd ook over schoolvoorzieningen, begeleiding en opvang aan de luchthaven nagedacht. Na een meerjarig verblijf in België was het voor hen moeilijk om de situatie in hun land van herkomst in te schatten. Door uitwisselingen met Caritas Mongolië kregen de plannen stilaan vorm. Na het afmaken van hun schooljaar, vertrokken ze begin juli naar de Mongoolse hoofdstad Ulaanbaatar, waar Caritas hen opwachtte. Tijdelijk konden ze er terecht bij een kennis van hun Belgische voogd.

Intussen hielp Caritas hen bij de zoektocht naar een school en een woonplaats. Het duurde even om een yurt aan redelijke prijs te bemachtigen, maar uiteindelijk werd een gewillige eigenaar overtuigd. Hun grootmoeder verklaarde zich na enkele weken toch bereid om bij de jongeren in te trekken in de yurt. Zo konden ze alsnog een ‘thuis’ creëren. Momenteel integreren ze zich in hun nieuwe omgeving en gaan ze weer naar school met het oog op een hopelijk mooie toekomst.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten