Vluchtverhaal: “de poorten van Europa zijn toe”

Caritas International Vluchtverhaal: “de poorten van Europa zijn toe”
05/03/2014

Meer dan 2,4 miljoen mensen zijn uit Syrië gevlucht maar in België kregen, in 2013, amper 1174 Syriërs bescherming. “De poorten van Europa zijn toe”, klinkt het. “De reis naar de EU kan levensgevaarlijk zijn.” Ghassan vertelt over zijn vlucht naar ons land, de gevaarlijke reis, de slopende procedureslag om bescherming en zijn integratietraject.

 

Ghassan (schuilnaam) is 48 jaar en afkomstig uit Syrië. Twee jaar geleden kwam hij, na een helse tocht, in Brussel aan. Onlangs kreeg hij de subsidiaire bescherming maar zijn vrouw werd afgewezen omdat ze Libanese is. “Zelfs binnen Europa is het dus moeilijk om bescherming te krijgen”, aldus de man.

Waarom ben je uit Syrië gevlucht

“Ergens in 2010 hoorden we steeds vaker dat de opstand tegen het regime van Bachar Al Assad zou beginnen. Niemand kon de corrupte regering nog verdragen. We hoorden ook van de Moslim broeders – nooit officieel natuurlijk – dat we zouden moeten kiezen: als enige alternatief tegen het regime boden ze hun geloof aan (soennieten). Als Christenen wilden we niet kiezen voor een nieuw geloof maar voor een democratische regering. We probeerden er ons dus buiten te houden. Na een paar maanden, werden we constant lastig gevallen door opstandelingen: ze vroegen geld, ze vroegen om een kant te kiezen, ze dreigden ermee mij dochter aan te pakken als ik niet zou betalen… De Mukkabarath (de geheime diensten van het regime. Red) hebben overal ogen en oren, en ook de oppositie had geheime diensten die zich onder de bevolking mengden. We wisten niet meer wie te vertrouwen.”

120612eth062

Hoe zijn het vertrek en de reis naar Europa verlopen?

“Op 24 uur tijd hebben we beslist het land te verlaten. Mensen die willen vertrekken worden door het regime vaak opgepakt uit vrees voor wat er in het buitenland over dat regime zou gezegd worden. We moesten dus snel zijn. We hebben een vriend 15.000 dollar betaald om ons veilig naar Europa te brengen. Zonder hem hadden we 30.000 dollar moeten geven. Voor het vertrek zijn we langs mijn moeder gegaan en hebben van haar afscheid genomen. Dan zijn we doorgereden naar Latakia, aan de kust. Daar hebben we ‘s nachts een zeer klein bootje genomen. Pas rond 5 uur s’ochtends zijn we aan land gekomen. We moesten één dag lang verstopt blijven in een chalet. Toen het nacht werd, konden we dan opnieuw vertrekken. Twee mannen hebben ons in de koffers van twee auto’s verstopt. Ik heb nooit geweten welke landen we gepasseerd zijn. Het enige wat ik wilde, was veiligheid voor mij en mijn gezin. Na vijf dagen hebben ze ons in Brussel afgezet, bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Daar hebben we asiel aangevraagd.”

En toen?

“Het was op 16 januari 2011. De opvangcrisis had haar hoogtepunt bereikt. We kregen geen opvangplaats toegewezen want het netwerk was verzadigd. We moesten ons zelf zien te behelpen. Maar hoe doe je dat als je de taal niet spreekt en niemand kent? Een dame hoorde mij die dag Engels praten tegen mijn dochter en bracht ons naar een tijdelijke nachtopvang. Overdag moesten we op straat leven. Mijn dochter was nog geen vijf jaar oud en het was ijzig koud! Een paar weken later kregen we gelukkig hulp van Caritas International. Mijn dochter kon eindelijk naar school.”

Wat is jullie situatie vandaag?

“Nu heb ik een statuut: de subsidiaire bescherming. Maar de asielaanvraag van mijn vrouw werd geweigerd omdat haar nationaliteit Libanese is. En dit terwijl ze in Syrië woonde en met mij getrouwd is. Wat verwacht de Belgische overheid nu? Dat ze zonder ons zou terugkeren? Geen denken aan!”

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten