“Damascus? Vergeet Damascus!”

Caritas International  “Damascus? Vergeet Damascus!”
Caritas International  “Damascus? Vergeet Damascus!”
Caritas International  “Damascus? Vergeet Damascus!”
31/08/2015

Om een gezicht te geven aan de huidige opvangcrisis, zullen we hier de volgende weken zo veel mogelijk getuigenissen door vluchtelingen en vrijwilligers verzamelen.

Tariq heeft twintig jaar lang toeristen rondgegidst in zijn geboortestad. Maar in zijn hoofd bestaat de stad niet meer. “M’n huis is vernield, m’n auto’s zijn vernield, van de wijk waar we woonden blijft niets meer over.” De oorlog in Syrië deed hem en zijn gezin drie jaar geleden naar Jordanië vluchten. In Jordanië werkte hij zes maanden in een reisbureau, maar ook daar werd de situatie almaar moelijker: steeds meer jobs worden voorbehouden voor Jordaniërs, overal toelating nodig om te werken, en voor zo’n werkvergunning betaal je in Jordanië vandaag minstens 1000 dollar. Maar ook zijn broer was uit Syrië vertrokken en woont ondertussen in Duitsland, dus waagde Tariq na lang wikken en wegen de gok. Opnieuw vertrekken. Naar Duitsland.

De dodentocht

“Een dodentocht – zo noemen we het onder elkaar. Drie keer hebben we ons leven geriskeerd!” Hij vertelt het vol ongeloof. Het werd een tocht van twee weken: te voet, met de boot, de bus, de trein. “Sommigen sprongen onderweg zelfs op de fiets.” Hij schudt het hoofd. De reis kostte hem 2000 euro. Zijn vrouw en dochter bleven achter in Jordanië.

Via de Balkan, Hongarije en Oostenrijk bereikte Tariq – een kloeke vijftiger – Duitsland, z’n eindbestemming. Dacht hij. “De opvang in Duitsland was goed. Lekker eten, en een dak boven ons hoofd.” Maar het vooruitzicht om nog maanden te moeten wachten op een verblijfsvergunning, zoals ze hem waarschuwden, baarde hem zorgen. Dat zou betekenen zijn vrouw en dochter minstens drie maanden niet te zien. Niet wat hij gepland had.

Een alternatief kwam uit onbekende hoek. “De man die ons aansprak in het Duitse opvangkamp stelde zich voor als een afgevaardigde van de Belgische regering – ‘Of we niet naar België wilden komen, waar de procedure maar een paar dagen zou duren.’” Een telefoonnummer en een adreskaartje. En de boodschap dat hij snel moest beslissen.* De uitnodiging klonk Tariq als muziek in de oren, al had hij nog nooit van België gehoord. Het vooruitzicht snel een verblijfsvergunning te krijgen, de tocht achter zich te laten, vrouw en dochter terug te kunnen vastpakken…hij twijfelt – “België? Vertrekken uit Duitsland?” – maar een bevriende advocaat overtuigt hem. En op zijn beurt overtuigt hij zijn schoonbroer en vier van z’n neven die ondertussen ook naar Berlijn waren gevlucht mee te komen.

De Belgische ontgoocheling

“Een paar dagen daarna werden we ’s nachts op een bus gezet. Zeven uur later stonden we voor het gebouw van Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel en werden we via een zijdeur binnengelaten.” De papierenmolen gaat snel. Interviews. Medische controle. Registratie. Veel tijd om het te laten bezinken heeft hij niet, maar al die tijd blijft de twijfel. “Dezelfde ochtend nog werden we opnieuw op een bus gezet.” Hij kreeg een mapje mee, met daarin een document, en daarop een handgeschreven nota: Datum interview: later te bepalen. Hij wrijft over zijn knie die hem al een paar dagen parten speelt. “Het was een lange, lange tocht. En hier zitten we nu.”

‘Hier’, dat is op een betonnen terras voor een stacaravan op een camping in het Luikse. Fedasil heeft een lokale campinguitbater bereid gevonden zijn camping open te houden voor asielzoekers in afwachting van hun erkenning als vluchteling. “Maar ik heb sinds onze aankomst twee weken geleden niets meer gehoord uit Brussel. Dat weegt. Tot voor kort droomde ik van een hereniging met mijn gezin. Nu maalt het maar door: ‘Heb ik de juiste beslissing genomen?’ En hoe leg ik het uit aan m’n neef hier?” Sufjan is erbij komen zitten, hij verdeelt plastic bekertjes en schenkt fruitsap uit. “Ik heb hen zover gekregen mee naar België te komen, en voel me dus verantwoordelijk, maar dit wachten duurt lang.” Ook zijn schoonbroer, Amin, is ondertussen aangeschoven. Met een glimlach schuift Amin zijn telefoon naar me toe. Op het scherm liggen twee meisjes in elkaar gelepeld te slapen. “In Khartoem!” Amin, die tijdens de oorlog met zijn gezin vanuit Syrië naar de Sudanese hoofdstad Khartoem vluchtte, heeft net als Tariq en Sufjan zijn vrouw en kinderen al weken niet meer gezien. “In Khartoem zijn ze voorlopig veilig, maar ik hoop dat ze snel naar hier kunnen komen.” Sufjan legt er zijn telefoon naast: twee grijnzende jongetjes. “En dit zijn mijn zonen. In Damascus.” Ze bellen elkaar dikwijls. Foto’s worden heen en weer gestuurd tussen Luik, Khartoem, Amman en Damascus.

De mannen rond onze tafel zullen waarschijnlijk erkend worden als vluchteling, maar zolang er niets op papier staat, worden de dagen en nachten op de camping alsmaar langer. De slepende onzekerheid en opzettende verveling knagen.

“We zaten met velen op de bus toen we hier aankwamen. En er groeide snel een familiegevoel onder de vluchtelingen.” Tariq vertelt hoe hij de dagen verdrijft. Met het Engels dat hij zich als gids in Damascus in betere tijden heeft eigengemaakt, tolkt hij tussen de vele vragen van de asielzoekers en de collega’s van Caritas International die alles in goede banen leiden. De noden zijn hoog: praktisch, sociaal, medisch en juridisch. Er worden op dit moment 285 mensen opgevangen op de camping.

Het is de voorbije weken overwegend droog gebleven, maar ook koud. Tariq wil hier weg, wil zich zo snel mogelijk herenigd zien met z’n gezin. “Ik heb gehoord dat Antwerpen zo’n aangename stad is? Kunnen ze me daar niet gebruiken?”

 

 

* Het was een klein berichtje in de krant: “Belgische ambtenaren gaan in Duitsland asielzoekers overtuigen om naar ons land te komen.”  Meer getuigenissen kan je hier lezen. Omwille van de privacy zijn de namen van betrokkenen veranderd. Tariq wacht nog steeds op een uitnodiging voor een nieuw interview.

Verwant nieuws

Alle nieuwsberichten